Boeren in het Bos is niet ontstaan vanuit een standaard landbouwachtergrond. Wij, Richard en Mariska, kwamen allebei via een andere weg. Niet omdat we een boerderij erfden. Niet omdat we zijn opgegroeid met het idee dat landbouw nou eenmaal zo hoort te gaan. Juist doordat we allebei van buitenaf naar de landbouw keken, stelden we steeds opnieuw dezelfde soort vragen.
Waarom halen boeren kalfjes direct bij hun moeder weg? Waarom voeren boeren kalfjes melkpoeder terwijl de koeien op hetzelfde bedrijf melk geven? Waarom brengen boeren (kuil)gras naar koeien in een stal, terwijl koeien ook zelf kunnen grazen? Waarom bemesten boeren de bodem, terwijl koeien al grazend deze mest kunnen verspreiden? Waarom staat een varken in een stal, als een varken van nature wil wroeten, zoeken en leven in een bosrijke omgeving? Waarom lopen kippen niet over gras, tussen insecten, kruiden en bodemleven?
Dat soort vragen zijn voor ons nooit theoretisch geweest. Ze zijn de basis geworden van alles wat we doen.
Wij geloven dat landbouw en natuur niet tegenover elkaar hoeven te staan. Dieren kunnen schade doen als je ze verkeerd inzet, maar dieren kunnen ook helpen om bodem en omgeving levender te maken. Ze kunnen grazen, wroeten, mesten, krabben, verspreiden, verstoren en herstellen. Als je goed kijkt naar het dier, de bodem en het landschap, ontstaat er een heel andere manier van boeren.
Dat is waar Boeren in het Bos over gaat: landbouwgrond stap voor stap omvormen naar een levend landschap met natuurlijke en productiegerichte planten, bomen en dieren, met hulp van onze runderen, varkens en kippen. En tegelijk eerlijk, voedzaam en oergezond voedsel produceren voor mensen die willen weten waar hun eten vandaan komt.

Mariska: van diergeneeskunde naar ecologie, voedselbossen en landbouw
Mijn weg begon bij dieren. Ik studeerde diergeneeskunde en diermanagement, en later ging ik verder richting ecologie en landbouw. Ik studeerde onder andere in Wageningen en aan een landbouw- en ecologische universiteit in Frankrijk. Daar leerde ik veel over diergedrag, ecologie, bodemgezondheid, landbouwsystemen en de relatie tussen dieren en hun omgeving.
Hoe meer ik leerde, hoe sterker de vraag werd: waarom richten wij landbouw vaak zo in dat dieren niet meer kunnen doen wat bij hun soort hoort? En waarom bouwen we systemen die steeds meer externe input nodig hebben, terwijl de natuur zelf zoveel slimmer werkt?
Na mijn studie in Wageningen begon ik een eigen projectmanagementbedrijf. Ik hield me bezig met projecten rond natuurlijke landbouw, voedselbossen en permacultuur. Vaak waren dat overheidsprojecten of voedselbosprojecten waarbij ik hielp met ontwerpen, organiseren, vergunningen, plantgoed, planning en de uitvoering.
Ik ontwierp voedselbossen, begeleidde mensen bij de aanleg en dacht mee over de gedachte achter het ontwerp. Niet alleen: welke boom moet waar? Maar vooral: hoe bouw je een systeem dat klopt? Hoe zorg je dat bodem, water, planten, dieren en mensen elkaar versterken?
In die periode verdiepte ik me ook in voorbeelden uit het buitenland. Ik volgde onder andere het werk van Richard Perkins van Ridgedale Permaculture in Zweden en bezocht allerlei boerderijen en initiatieven in Europa. Ik wilde zien hoe andere mensen voedselproductie, ondernemerschap, ecologie en dieren konden combineren.
Op een gegeven moment stond ik zelfs op het punt om naar Zweden te emigreren om daar een kleinschalige boerderij te starten. Ik was aan het verkennen of wonen en boeren in Zweden bij mij zou passen. Maar precies in die periode kwam ik Richard tegen.
Richard: van rechercheur naar natuurbegrazing en varkens in het bos
Richard had op dat moment al een hele eigen weg achter zich. Hij werkte bijna twintig jaar als rechercheur bij de politie. Daarna koos hij voor een totaal ander leven: buiten, met dieren, in natuurgebieden.
Hij had koeien lopen in natuurgebieden en hield varkens in bossen in Zuidoost-Friesland. Dat waren geen varkens op een erf of in een stal, maar varkens die in verschillende bossen werden ingezet voor bosbeheer, en op akkers als opruimers na de oogst en als onkruidbestrijders, en zelfs in op gazonnetjes in achtertuinen gewoon omdat de mensen het zo leuk vinden om naar te kijken. Ze kregen reststromen bijgevoerd, wroetten in de bodem en waren onderdeel van een heel andere manier van kijken naar dieren en landschap.
Richard werkte ook met runderen in natuurbegrazing. Dat betekende: dieren inzetten in natuurgebieden, waar ze door hun graasgedrag bijdragen aan openheid, variatie en beheer. Hij had onder andere Angus- en Hooglanderrunderen die in natuurgebieden liepen.
Toen wij elkaar leerden kennen, kwam onze wereld eigenlijk vanzelf bij elkaar. Mariska was bezig met natuurlijke landbouw, voedselbossen, ecologie en projectontwikkeling. Richard werkte al buiten met dieren, natuurgebieden en varkens in het bos.
In het begin hielp Mariska vooral met het maken van een projectplan voor een voedselbos. Daarna ging ze steeds vaker mee om de varkens te voeren en de koeien in natuurgebieden te verzorgen. Gaandeweg gingen we steeds meer samen doen. Uiteindelijk besloten we om onze kennis, ervaring en energie samen te brengen in één bedrijf. Het werk buiten, met dieren en landschap, werd steeds meer ons gezamenlijke pad.
Waarom natuurgebieden alleen niet genoeg bleken
In het begin werkten we vooral vanuit natuurgebieden. Onze runderen liepen in bestaande natuurgebieden en onze varkens stonden in verschillende particuliere bossen. Dat was waardevol, maar het had ook duidelijke beperkingen.
In natuurgebieden is de ruimte om echt te boeren beperkt. Het beheer is vaak gericht op extensieve verstoring, niet op voedselproductie. Je werkt binnen de kaders van natuurdoelen, begrazingsdruk, beheerplannen en de draagkracht van het gebied. Dat is logisch, maar het betekent ook dat je als boer weinig ruimte hebt om een volledig bedrijfssysteem te ontwikkelen.
Daar kwam bij dat het aantal natuurlijke graasgebieden de afgelopen jaren kleiner werd of minder toegankelijk werd. Er was steeds minder ruimte om vee in natuurgebieden te laten lopen. Ook de komst van de wolf veranderde veel. Familiekuddes in natuurgebieden houden werd steeds ingewikkelder. Tegelijk werden natuurgrondprijzen hoger en werd de druk op beschikbare landbouwgrond groter.
We liepen ook praktisch tegen grenzen aan. De varkens stonden verspreid over verschillende bossen. Dat betekende veel rijden, veel voeren op verschillende plekken en veel losse systemen beheren. Het was mooi werk, maar niet efficiënt en niet goed vol te houden als basis voor een boerderij.
Toen Landgoed Boschhoeve op ons pad kwam, viel dat samen met de vraag die al langer onder alles lag: kunnen we niet zelf een landschap gaan opbouwen? Niet alleen dieren inzetten in bestaande natuur, maar landbouwgrond stap voor stap omvormen naar natuur, met dieren als mede-bouwers?

De stap naar Landgoed Boschhoeve
In 2019 kwamen we op Landgoed Boschhoeve in Zuidoost-Friesland. Dat was een belangrijk kantelpunt. Hier kregen we de ruimte om meer agrarisch te werken, maar wel vanuit onze eigen visie. Niet gangbaar boeren op landbouwgrond, maar landbouwgrond gebruiken als uitgangspunt voor herstel.
We kwamen op een plek waar we runderen, varkens en kippen konden combineren. Waar we een boerderijwinkel konden starten. Waar ruimte was voor een cursusruimte, een keuken, verwerking, opslag en educatie. En waar we niet meer overal heen hoefden te rijden, maar het bedrijf op één plek konden opbouwen.
Rond die tijd kwam er ook een kudde Brandrode runderen bij, die we overnamen van Natuurmonumenten. Tot die tijd hadden we vooral Angus- en Hooglanderrunderen gehad in natuurgebieden. Op Landgoed Boschhoeve konden we gaan werken aan een eigen kudde en een eigen systeem.
Het doel werd helder: de draagkracht van het systeem vergroten door dieren slim in te zetten en veel bomen, struiken en andere planten toe te voegen. Runderen jaarrond buiten, varkens jaarrond in de bossen, kippen over het grasland, agroforestry en de bodem als basis onder alles.
Hier konden we bouwen aan een boerderij die niet draait om maximale productie per vierkante meter, maar om herstel van bodem, water, biodiversiteit, diergezondheid en voedselkwaliteit.

De verbouwing van de boerderij
In 2021 begon een grote verbouwing van de boerderij. De oude melkveestallen werden grotendeels gesloopt. De kop-hals-rompboerderij werd volledig gerenoveerd en opnieuw ingericht voor het bedrijf dat we wilden bouwen.
Er kwamen moderne ruimtes in de oude boerderij: een boerderijwinkel, een kantine, een eigen keuken en slagerij, en een ruimte voor koeling en vriezers. We hebben een eigen verwerkingsruimte, vriescapaciteit en koeling, zodat we veel meer grip hebben op de kwaliteit van onze producten.
Naast de boerderij staat een prachtige grote hooischuur. Ook die is belangrijk in ons systeem. Niet alleen voor opslag, maar als onderdeel van een bedrijf waar ruwvoer, stro, dieren, seizoenen en logistiek allemaal met elkaar samenhangen.
De oude veestal op het erf zijn we de afgelopen periode aan het opknappen. Die gebruiken we nu steeds meer als open stal en vangplek voor de koeien. Niet als plek waar dieren standaard binnen staan, maar als praktische voorziening om goed en veilig met de kudde te kunnen werken.
Zo is de boerderij langzaam veranderd van een oude melkveehouderijlocatie naar een plek waar natuur, boeren, planten en dieren samenwerken aan een utopische plek voor gezond leven.
Water als basis van het landgoed
Een van de grote projecten op Landgoed Boschhoeve was het waterproject. In 2020 zijn we samen met gemeente en provincie gestart met maatregelen om het water op het landgoed beter vast te houden en zelf te kunnen sturen.
We hebben het watersysteem van het landgoed afgesloten van de omliggende waterwegen. Dat deden we om meer grip te krijgen op de kwaliteit van het water en op het waterpeil. Water is niet zomaar iets wat door een gebied stroomt. Water bepaalt bodemleven, plantengroei, biodiversiteit, droogtegevoeligheid en uiteindelijk ook hoeveel dieren een gebied op een natuurlijke manier kan dragen.
We hebben sloten verondiept en verbreed. We hebben meerdere poelen verder uitgegraven en een nieuwe poel gegraven. De oude mestpoel is omgevormd tot vijver. Daarmee ontstond meer waterbuffering op het landgoed.
Dat is belangrijk voor biodiversiteit, maar ook voor het vee. Als dieren jaarrond buiten leven en door het landgoed trekken, willen we dat ze op een natuurlijke manier water kunnen vinden. Poelen, vijvers en watergangen zijn onderdeel van het systeem.
Water vasthouden is voor ons ook een antwoord op klimaatverandering. Droge periodes worden droger, natte periodes extremer. Een gezond landschap moet water kunnen opnemen, vasthouden en langzaam afgeven. Daarvoor heb je bodemleven nodig, plantenwortels, organische stof, schaduw, structuur en rust. Waterbeheer, bodemgezondheid en dierenbeheer kun je niet los van elkaar zien.
Waarom wij gangbare landbouw niet logisch vinden
De diepste reden dat wij dit bedrijf zijn begonnen, is eigenlijk vrij simpel: wij vonden veel van de landbouw om ons heen niet logisch.
We vond het bijvoorbeeld onlogisch dat er bij een melkveehouder in de ene ruimte koeien werden gemolken, en in de andere ruimte kalfjes melkpoeder kregen dat niet eens van het eigen bedrijf kwam. En de kalfjes die direct bij de moeder weggehaald worden, terwijl ze niets anders willen dan drinken bij de moeder (waar de boer dan zelf geen werk aan heeft).
We vroegen ons af waarom je kunstmest aan de bodem zou voeren, terwijl je ook koeien kunt laten grazen die zelf mest produceren. Waarom je gras zou maaien, inkuilen en naar een stal zou brengen, terwijl koeien het zelf kunnen eten op de plek waar het groeit. Waarom varkens in een stal staan, terwijl ze thuishoren in een omgeving waar ze kunnen wroeten. Waarom kippen binnen worden gehouden, terwijl ze juist zo goed passen op grasland.
Ook ziekte en medicijngebruik zetten ons aan het denken. Waarom komt op veel bedrijven standaard maandelijks (of vaker) een dierenarts? Waarom zijn dieren zo kwetsbaar in systemen die juist zo efficiënt zouden moeten zijn? Onze ervaring is dat dieren vaak robuuster worden als ze buiten leven, frisse lucht krijgen, daglicht zien, bewegen, regen en wind meemaken en hun natuurlijke gedrag kunnen uitvoeren.
Dat betekent niet dat buiten leven automatisch alles oplost. Ook natuurlijke systemen vragen zorg, vakmanschap en verantwoordelijkheid. Maar wij vinden het onlogisch om dieren zo ver mogelijk los te koppelen van hun natuurlijke omgeving en daarna met techniek, medicijnen en management te proberen dat systeem overeind te houden.
Waarom vechten tegen de natuur zo duur wordt
Wat ons ook steeds weer opvalt, is dat de moderne landbouw zichzelf vaak heel efficiënt noemt, terwijl de kosten enorm zijn. Niet alleen financieel, maar ook ecologisch.
We ploegen akkers en leggen de bodem bloot. We halen planten weg die met hun wortels de bodem bij elkaar houden. We voeren de bodem vooral met snel opneembare meststoffen, maar vergeten het bodemleven. We telen gewassen die steeds verder zijn aangepast aan onze systemen, en proberen vervolgens alles wat niet past te bestrijden.
Daarmee zijn we steeds verder afgedreven van hoe de natuur werkt. In plaats van samen te werken met bodem, planten, schimmels, dieren en water, zijn we vaak tegen de natuur gaan werken. En hoe harder we dat doen, hoe harder de natuur terugduwt.
Dan ontstaan plagen. Ziekten. Verdroging. Bodemverdichting. Uitspoeling. Afhankelijkheid van externe middelen. Steeds meer techniek om problemen op te lossen die eigenlijk voortkomen uit het systeem zelf.
Wij geloven niet dat mensen niets kunnen toevoegen. Natuurlijk kunnen wij ontwerpen, sturen, combineren en slimmer organiseren. Landbouw is ook cultuur. Maar wij zijn ervan overtuigd dat voedselproductie sterker én gezonder wordt als we weer leren samenwerken met natuurlijke processen in plaats van ze voortdurend te onderdrukken.
Onze drijfveer: dieren een goed leven geven
Onze eerste drijfveer is altijd het dier geweest. Wij willen dieren die wij houden voor vlees een zo natuurlijk mogelijk leven geven. Niet omdat we doen alsof een boerderij hetzelfde is als wilde natuur, maar omdat een dier geen productiemachine is. Een koe is een grazer. Een varken is een wroeter. Een kip is een krabber en insectenzoeker. Als je dat serieus neemt, moet je je bedrijf anders ontwerpen.
Dat betekent dat wij steeds opnieuw kijken: wat heeft dit dier nodig om dier te kunnen zijn? Welke omgeving past daarbij? Hoeveel ruimte is nodig? Hoe zorgen we voor beschutting, water, voer, rust, sociaal gedrag en gezondheid? En hoe combineren we dat met een bedrijf dat economisch moet blijven draaien?
Dieren natuurlijker houden is niet altijd makkelijk. Het vraagt meer arbeid, meer observatie en meer flexibiliteit. Het betekent ook dat je minder controle hebt dan in een strak technisch systeem. Maar voor ons voelt het logischer. Een dier dat buiten leeft, beweegt, zoekt en zijn natuurlijke gedrag kan laten zien, heeft naar ons idee een beter leven.

Dieren als positieve kracht in het landschap
Onze tweede drijfveer is dat dieren volgens ons een gezonde bijdrage kunnen leveren aan hun omgeving. Dieren zijn niet alleen belastend voor natuur. Ze kunnen ook onderdeel zijn van herstel. Runderen kunnen grasland openhouden, mest verspreiden en bodemleven voeden. Varkens kunnen bosbodems openen en korte verstoring brengen. Kippen kunnen insecten zoeken, mest verdelen en de bodem verbeteren. Elk dier heeft een andere functie.
De kunst is om die functies niet onbeperkt los te laten, maar goed te sturen. Te veel dieren op één plek geeft schade. Te weinig dieren kan leiden tot verstarring, verruiging of gemiste kringlopen. Het gaat om balans: intensiteit, timing, rust en herhaling.
Dat is de kern van onze manier van boeren. Wij proberen niet zoveel mogelijk dieren op zo weinig mogelijk grond te houden. We proberen dieren zo in te zetten dat ze het landschap en de bodem versterken, terwijl het landschap hen voedt.
Voedsel produceren dat klopt
Uiteindelijk produceren we voedsel. Dat is belangrijk om te blijven zeggen. We zijn geen natuurorganisatie, geen hobbyproject en geen kinderboerderij. We zijn een boerderij en we zijn dat omdat we voedsel willen produceren. En wij willen voedsel produceren dat klopt. Vlees waarvan je kunt uitleggen hoe het dier heeft geleefd. Eieren van kippen die een natuurlijk leven hebben. Fermenten van groentes van eigen gezonde chemievrije bodem. Producten die verbonden zijn met bodem, landschap en zorg.
En het mooiste is dat je als klant dus niet alleen oergezond voedsel koopt. Je draagt direct bij aan een goed leven voor de dieren, meer biodiversiteit, schoner water, schonere lucht, en een gezonde bodem voor deze en komende generaties!

Educatie en kennis delen
Vanaf het begin wilden we niet alleen zelf boeren, maar ook laten zien wat we leren. We zijn aan het pionieren. Dat betekent dat niet alles in één keer goed gaat. We experimenteren, observeren, stellen bij en leren van fouten.
Juist daarom vinden we educatie belangrijk. We willen onze manier van kijken doorontwikkelen, zodat ook anderen ermee aan de slag kunnen. Niet door te zeggen dat iedereen precies moet doen wat wij doen, maar door principes te delen: hoe kijk je naar dieren? Hoe lees je bodem en landschap? Hoe ontwerp je een bedrijf waarin dieren, natuur en voedselproductie elkaar kunnen versterken?
Op Landgoed Boschhoeve hebben we ruimte voor cursussen, workshops, rondleidingen en praktijkdagen. De boerderij is daarmee niet alleen een productielocatie, maar ook een leerplek.
Want als we de landbouw werkelijk willen veranderen, moeten we niet alleen ander voedsel produceren. We moeten ook anders leren kijken.
Waar we nu staan
Boeren in het Bos is inmiddels een bedrijf met runderen, bosvarkens, kippen, groententeelt, een boerderijwinkel, een eigen keuken, verwerking, educatie, waterprojecten, natuurontwikkeling en veel praktische experimenten.
We hebben oude stallen gesloopt en nieuwe ruimtes opgebouwd. We hebben het watersysteem aangepakt. We hebben varkens van losse bossen naar één landgoed gebracht. We hebben een kudde runderen opgebouwd die jaarrond holistisch grazen. We hebben kippen over het grasland laten trekken. We hebben een winkel ingericht, een keuken en slagerij opgebouwd en een bedrijf gemaakt waarin productie, verwerking, verkoop en educatie samenkomen.
We hebben een geweldig team opgebouwd met vaste krachten, familie en vrijwilligers die ons regelmatig komen helpen. Hun versterking heeft onze pionierslust en doorzettingsvermogen enorm gevoed en ondersteund. Én we hebben ons gezin uitgebreid met de liefste zoon Rowan en dochter Merel die nu heerlijk opgroeien in een omgeving die steeds gezonder wordt.
Het was veel pionieren, vallen en opstaan, doorbijten en zeges vieren, en dat zal zo blijven gaan. Maar de richting is steeds dezelfde gebleven: dieren natuurlijker houden, landbouwgrond levender maken, voedsel produceren dat klopt en laten zien dat natuur en landbouw elkaar versterken.

Waarom wij dit blijven doen
Wij doen dit omdat we geloven dat het anders kan. Omdat we geloven dat dieren een goed leven verdienen. Omdat we geloven dat bodemgezondheid, water, biodiversiteit, dierenwelzijn en voedselkwaliteit bij elkaar horen.
We doen dit omdat we niet willen vechten tegen de natuur, maar willen leren hoe we met haar kunnen samenwerken. Niet door alles los te laten, maar door beter te ontwerpen, beter te kijken en verantwoordelijkheid te nemen.
Boeren in het Bos is voor ons geen eindpunt. Het is een zoektocht. Een poging om een boerderij te bouwen die logisch voelt. Waar koeien grazen, varkens wroeten, kippen krabben, planten zonlicht in oervoeding omzetten, water wordt vastgehouden, bodemleven groeit, biodiversiteit groeit en mensen weer kunnen eten uit een landschap dat rijker wordt in plaats van armer.
Dat is waarom wij boeren.