Zelfvoorzienend leven: hoeveel van je eten zou je eigenlijk zelf willen produceren?
Als tijd geen rol speelde, hoeveel van je eten zou je dan zelf willen produceren?
Toen ik mezelf die vraag stelde, was mijn eerste antwoord eigenlijk: bijna alles.
Niet letterlijk alles natuurlijk. Ik zie mezelf hier in Friesland nog niet zo snel mijn eigen avocado's, grapefruit en bananen voor de kinderen telen. Maar groenten? Ja. Aardappels en zoete aardappels? Ja. Fruit en zachtfruit? Absoluut. Appels, walnoten, hazelnoten. En kippen voor eieren en vlees zouden bij mij met stip op nummer één staan.
Het liefst zou ik ook ons eigen rund- en varkensvlees produceren. Maar goed, dan heb je het al snel over een heel andere hoeveelheid grond en ruimte.
En toch begon ik tijdens het nadenken ook onmiddellijk te twijfelen.
Want als ik morgen helemaal niet meer hoefde te werken om geld te verdienen, zou ik dan werkelijk de hele dag mijn eigen voedsel willen produceren?
Nee.
Ik zou ook met andere dingen bezig willen zijn. Nieuwe dingen willen leren. Avonturen beleven. Dingen ontdekken. Tijd met de kinderen doorbrengen. Misschien zouden ze veel vaker thuis zijn en zouden we samen naar buiten gaan om eieren te rapen, dieren te voeren of eten uit de tuin te halen.
En precies daar zit voor mij inmiddels de interessante vraag achter zelfvoorzienend leven.
Niet: hoe kan ik alles zelf produceren?
Maar: wat wil ik eigenlijk weer zelf gaan doen?
Waarom zou je überhaupt je eigen voedsel willen produceren?
Voor mij begint het bij weten waar mijn eten vandaan komt.
Neem eieren. Wij eten er thuis behoorlijk wat van en de kinderen zijn er gek op. Ik vind kippen bovendien fantastische dieren om te houden.
Maar ik weet ook hoe veel kippen worden gehouden. Zelfs een keurmerk of het woord 'biologisch' vertelt je nog niet precies hoe het leven van die individuele kip eruitziet.
Wat ik wil zien, is een kip die buiten rondscharrelt. Die gras en planten eet, achter een insect aan gaat, zonlicht krijgt en zelf kan onderzoeken wat er om haar heen te vinden is.

Dat voelt voor mij niet alleen beter voor de kip. Ik verwacht ook iets terug te zien in het ei.
En dat laatste blijkt helemaal geen gekke gedachte.
Onderzoek naar kippen met toegang tot grasland laat zien dat wat een kip buiten eet daadwerkelijk invloed kan hebben op de samenstelling van haar eieren. In verschillende studies werden onder andere verschillen gevonden in carotenoïden en het vetzuurprofiel, waaronder meer omega 3 en een andere verhouding tussen omega 6 en omega 3. Ook het seizoen en de kwaliteit van het beschikbare gras en andere planten blijken verschil te kunnen maken.
Dat vind ik fascinerend.
Een ei is dus niet simpelweg een ei.
Wat de kip eet, waar ze loopt en zelfs welk seizoen het is, kan uiteindelijk terug te vinden zijn in het voedsel dat wij eten.

Vers van de struik is ook echt iets anders
Na eieren en kippen staat fruit bij mij heel hoog op het lijstje.
Vooral zachtfruit.
Een aardbei, framboos of bes die je rechtstreeks van de plant eet, is voor mij bijna niet te vergelijken met zachtfruit dat eerst geoogst, gekoeld, verpakt, vervoerd, opgeslagen, opnieuw vervoerd en uiteindelijk in een winkel gelegd is.
Alleen al qua smaak vind ik dat een wereld van verschil.

Dat geldt trouwens voor veel groenten net zo goed. Ik vind veel groenten uit de supermarkt behoorlijk vlak smaken. Niet per se vies, maar ook niet echt een smaakbeleving. Als je iets rechtstreeks van het land eet, kan dat compleet anders zijn.
Ik heb lang gedacht dat dat verse product automatisch ook veel voedzamer moest zijn.
Daar blijkt de werkelijkheid iets ingewikkelder.
Groenten en fruit blijven na de oogst biologisch actief. Tijdens bewaring verandert hun samenstelling. Sommige voedingsstoffen zijn behoorlijk stabiel, terwijl andere kwetsbaarder zijn. Vitamine C kan bijvoorbeeld tijdens bewaring afnemen, waarbij onder andere temperatuur en zuurstof een rol spelen. Mineralen en vezels zijn veel stabieler. Bovendien kunnen soort, ras, bodem, klimaat en teeltwijze minstens zo bepalend zijn voor de uiteindelijke samenstelling.
En ingevroren is trouwens niet automatisch slechter dan 'vers'. Onderzoek waarin gekoeld bewaarde en ingevroren groenten en fruit werden vergeleken, vond voor veel onderzochte vitamines vergelijkbare waarden en soms zelfs hogere waarden in het ingevroren product.
Dat vind ik juist interessant.
Het maakt de werkelijkheid minder zwart-wit dan: uit eigen tuin is goed, uit de winkel is slecht.
Maar het bevestigt voor mij wel dat de hele weg tussen bodem en bord ertoe doet.
Misschien gaat zelf voedsel produceren helemaal niet alleen over voedsel
Dit is voor mij misschien nog wel belangrijker.
Als ik naar de tuin loop om sla te halen, ben ik buiten geweest. Ik heb bewogen. Ik heb zonlicht gezien. Ik heb met mijn handen in de aarde gezeten. Ik heb gezien wat er groeit en wat er juist niet groeit.
Als we met de kinderen eieren gaan rapen, zien zij dat een ei niet in een doosje ontstaat.
Ze hoeven echt niet iedere keer enthousiast mee te helpen. Dat doen ze ook absoluut niet. De ene keer rapen ze enthousiast eitjes of helpen ze oogsten en de andere keer hebben ze er totaal geen zin in.
Dat vind ik prima.
Maar ze maken het wel mee.
En ik denk steeds vaker dat dát misschien minstens zo belangrijk is als de courgette of het ei waarmee we uiteindelijk naar binnen lopen.
Onderzoek naar tuinieren laat ook zien dat het effect veel breder kan zijn dan alleen de hoeveelheid voedsel die uit een tuin komt. Reviews vinden verbanden en effecten op onder andere mentaal welzijn en fysieke activiteit. Het is dus eigenlijk een activiteit waarin allerlei dingen die we tegenwoordig afzonderlijk proberen te organiseren, zoals bewegen, buiten zijn, ontspannen, natuurcontact en gezond eten, vanzelf bij elkaar kunnen komen.

En dan is er nog de bodem
Ik eet een wortel uit onze eigen tuin gerust rechtstreeks uit de grond. Een blaadje met een gaatje van een slak schrikt me ook niet af.
Ik heb altijd het gevoel gehad dat we misschien veel te steriel zijn gaan leven. Dat contact met aarde, dieren, planten en alle micro-organismen die daarbij horen óók onderdeel is van een gezond menselijk leven.
Ook daar blijkt iets interessants achter te zitten.
Er wordt steeds meer onderzocht wat blootstelling aan een biodiverse leefomgeving doet met onze eigen microbiota: de gemeenschappen van micro-organismen die onder andere op onze huid en in onze darmen leven. In experimenten met kinderen leidde het toevoegen van biodiverse natuurlijke materialen aan stedelijke kinderopvangomgevingen tot veranderingen in de microbiota op de huid en tot veranderingen in bepaalde markers die betrokken zijn bij immuunregulatie. Ook experimenteel onderzoek bij volwassenen laat zien dat contact met microbieel diverse grond de huidmicrobiota kan beïnvloeden.
Dat betekent overigens niet dat ongewassen groenten eten bewezen gezonder is. Dat is mijn eigen gewoonte en geen gezondheidsadvies. Op voedsel kunnen ook micro-organismen terechtkomen waar je juist níét ziek van wilt worden.
Maar het grotere idee, dat een mens niet losstaat van de microbiële wereld om hem heen, vind ik ontzettend interessant.
Misschien moeten we gezondheid niet alleen zoeken in wat er precies ín die wortel zit, maar ook in het hele leven eromheen.
Zelfvoorzienend leven is namelijk ook gewoon gedoe
Want nu klinkt het natuurlijk allemaal heel idyllisch.
En dat is het niet.
Dieren moeten iedere dag eten en drinken. Ook als het regent. Ook als je moe bent. Ook als je ergens anders heen wilt.
Groenten hebben de irritante eigenschap dat ze niet wachten totdat jij tijd hebt om ze te oogsten.
En als je serieus een deel van je voedsel zelf wilt produceren, is alleen telen nog maar het begin. Vervolgens moet je het verwerken.
Invriezen. Fermenteren. Drogen. Wecken. Inkuilen. Opslaan. Of opeten op het moment dat het beschikbaar is.
Dat vind ik lang niet allemaal even leuk.
Ik ben sowieso niet zo van het repeterende werk. Richard kan daar veel beter tegen.
Maar aan de andere kant vind ik de onverwachte chaos juist prachtig.
We hebben bijvoorbeeld ooit jonge kuikens naar buiten gedaan en precies toen kwam er ineens een enorme plensbui. De kuikens kenden hun verrijdbare hok nog niet goed en stonden compleet doorweekt in de regen.
Dus wij ook naar buiten.
In de stromende regen kuikens verzamelen en allemaal onder het hok zien te krijgen.
Hetzelfde als de koeien uitbreken of de varkens ineens ergens lopen waar ze absoluut niet horen.

Het komt nooit uit.
Er moet altijd ineens iemand op de kinderen passen.
En toch vind ik dat ergens heerlijk.
Het zijn kleine mini-avonturen.
Dat is voor mij óók leven.
Zelfvoorzienend betekent voor mij niet dat ik alles zelf moet doen
Daar ben ik in de loop van de jaren wel anders naar gaan kijken.
Want waar houdt zelfvoorzienendheid eigenlijk op?
Stel dat ik mijn eigen groenten, fruit, vlees en eieren produceer.
Dan wil ik noten.
Een walnotenboom heeft jaren nodig voordat je er serieus van kunt oogsten. Moet ik in de tussentijd dan geen walnoten eten?
En dan melk. We gebruiken thuis nauwelijks melk. Ga ik daarvoor een melkkoe houden die iedere dag verzorgd en gemolken moet worden?
En waarom stoppen we eigenlijk bij voedsel?
De kleren die ik draag zijn ook ergens geproduceerd. Moet ik mijn eigen wol gaan produceren? Mijn eigen katoen verbouwen? Onze meubels maken van bomen uit ons eigen bos?
Je kunt het ideaal van zelfvoorzienend leven zo ver doortrekken dat je uiteindelijk al je tijd nodig hebt om zelfvoorzienend te kunnen zijn.
Daar zit voor mij een grens.
Ik heb van mijn ideaal niet mijn principe gemaakt.
Ik zou graag veel zelf produceren.
Maar ik wil ook andere dingen doen.
Misschien moeten we zelfvoorzienendheid anders definiëren
Misschien hoeft zelfvoorzienend leven helemaal niet te betekenen dat je niets meer van een ander nodig hebt.
Eigenlijk vind ik dat inmiddels zelfs een vreemde definitie.
Mensen hebben altijd kennis, producten en arbeid uitgewisseld.
Misschien gaat het veel meer om bewust kiezen welke dingen je zelf terug wilt halen in je leven.
Voor de één zijn dat drie kippen in de achtertuin.
Voor een ander een moestuin van 100 vierkante meter.
Iemand anders bakt zijn eigen brood, fermenteert groenten of leert vlees verwerken.
En weer iemand anders wil dat allemaal helemaal niet zelf doen, maar wil wél weten van welke boer zijn vlees komt en hoe dat dier heeft geleefd.
Dat vind ik net zo interessant.
Want kennis over voedselproductie is niet alleen nuttig als je het daarna zelf gaat produceren.
Als je weet hoe een kip leeft, wat een koe eet, wat een bodem doet, wanneer fruit geoogst wordt en hoe voedsel bewaard wordt, kun je ook veel bewustere keuzes maken over wat je aan een ander uitbesteedt.
Misschien is dat uiteindelijk waar ik zelf naartoe wil.
Niet onafhankelijk worden van andere mensen.
Maar minder afhankelijk worden van systemen waar ik niets meer van begrijp.
Wat wil ik zelf doen, en wat besteed ik bewust uit?
Die vraag vind ik inmiddels veel interessanter dan: hoe word ik volledig zelfvoorzienend?
Want tijd is ook een grondstof.
Als ik iedere minuut besteed aan voedsel produceren, heb ik geen tijd meer voor mijn dieren, mijn kinderen, nieuwe ideeën, reizen, ontdekken of gewoon iets doen omdat ik daar zin in heb.
Aan de andere kant vind ik het ook vreemd om vrijwel al mijn tijd te besteden aan geld verdienen, zodat ik vervolgens met dat geld iemand anders betaal om al mijn primaire levensbehoeften te produceren.
Ergens tussen die twee uitersten ligt voor mij een veel interessantere manier van leven.
Een leven waarin ik weer wat meer kan.
Waarin mijn kinderen weten hoe je een ei raapt, hoe een wortel groeit en dat vlees ooit een dier was.
Waarin ik voedsel kan bewaren als er overvloed is.
Waarin ik met mijn handen kan beoordelen wat er voor me staat, in plaats van alleen een etiket te lezen.
Maar ook een leven waarin ik zonder enig schuldgevoel walnoten koop van iemand anders als mijn eigen boom nog tien jaar nodig heeft.
Misschien is dát voor mij zelfvoorzienend leven.
Niet alles zelf doen.
Wel steeds opnieuw bewust kiezen:
Wat wil ik zelf kunnen?
Wat wil ik zelf doen?
En voor wat ik niet zelf doe: van wie wil ik afhankelijk zijn?
Als tijd en geld morgen geen rol meer zouden spelen: welk deel van jouw voedsel zou jij dan als eerste weer zelf willen produceren?